Nadat we met z’n drieën (Rick Sterenborg, Marco Klaver en Jan Brinkman) zijn uitverkoren deel te gaan nemen aan de minimarathon in Tata Hongarije beginnen we al snel met de voorbereidingen. We worden namelijk al vroeg gewaarschuwd voor het warme weer in Tata, maar zijn daarnaast ook gerustgesteld met dat er veel drinkposten onderweg zijn en er mensen staan die ons regelmatig zullen nat sproeien.
De vliegtickets worden geboekt en we krijgen een contactpersoon in de persoon van Dorina. Zij is de ‘personal assistant’ van de burgemeester van Tata en heeft voor ons het hele programma geregeld.
Een kleine week voor we vertrekken deelt Marco de weersverwachting voor Tata. Het ziet er naar uit dat het tegen de tijd dat we gaan lopen op zaterdag 1 augustus zo rond de 38 graden kan zijn. Eerlijk gezegd is me dat wel wat gortig en ik weet op dat moment niet of ik de strijd wel aan zal gaan. Maar goed, Dorina stuurt een paar dagen later het programma voor het hele weekend met ontvangsten, lunches, bezoeken, diners en ook natuurlijk de loop om 16.00 uur en de prijsuitreiking wat later. Met andere woorden, die loop gaat door, wat de temperatuur ook zal zijn.
Vrijdagochtend, 31 juli
De KLM-vlucht naar Boedapest staat voor 8.40 uur gepland, dus staan we klaar om de trein van 5.43 uur naar Schiphol te nemen. Eenmaal in het vliegtuig staan we achter in de vertrekfile zodat we zo’n 40 minuten later dan gepland vertrekken. Dat blijkt bij aankomst geen enkel probleem aangezien Robert, onze chauffeur ter plekke, gigantisch in de file had gestaan op weg naar het vliegveld. Op weg naar Tata wordt wel duidelijk waarom. Ook hier is het vakantietijd en wordt er flink aan de weg gewerkt.
Kort na 13.00 uur arriveren we bij het Tata Olympisch trainings-centrum waar we onze kamers zullen krijgen. Als we uit de auto met airco stappen en de hitte van de dag over ons heen valt bekruipt ons weer de vraag hoe we hier morgen mee om moeten gaan.
We worden ontvangen door Dorina die ons door het weekend zal loodsen. Onze tassen zetten we op de kamers en we gaan lunchen. De teams uit Italië en Roemenië zijn dan al aan het afronden. De Roemeense delegatie is flink en de Italianen zijn met zijn vieren.
Vanmiddag staat er een wandeling (nature trail) op het programma en er is gelegenheid om te zwemmen. Daar gaan we in ieder geval gebruik van maken.
Over een verhoogd houten pad worden we over en langs de waterpartijen geleid met een gids die rekening houdt met de hitte en ons vooral in de schaduw laat staan en lopen. Het heerlijk frisse meer wacht op ons.
Eind van de middag zijn we weer terug op het Tata Olympisch Trainingskamp en Marco wil van de gelegenheid gebruik maken om nog een klein stukje hard te lopen. Gewoon, om even te voelen hoe het is om deze hitte te moeten lopen. We gaan met zijn drietjes een paar keer de 400 meter baan om, lopen door het park en nemen ook nog een ander rondje mee. Na zo’n 3 km vind ik het wel genoeg. Een sporter, die met anderen op het middenterrein aan het voetballen is, wil wel een foto van ons drietjes maken.
We zijn net op tijd gestopt om ons nog te kunnen opfrissen voor we worden weggebracht naar het restaurant waar we met de burgemeester van Tata, ambtenaren en notabelen en alle sporters en helpers gaan eten.
Rond 22.30 uur zijn we weer terug op onze opgewarmde kamers. De airco moet nog wel aan. Gelukkig is dat snel geregeld vanuit de receptie. Dat maakt dat we onze nacht in een gezoem, maar in een meer aangename temperatuur zullen doorbrengen.
Zaterdag 1 augustus
Met de Italianen gaan we weer op stap. Onze vaste chauffeur Robert brengt ons naar een zomerpaleis van de Esterhazy-familie waar we een rondleiding krijgen. Het paleis is vijf jaar geleden geopend als museum en heeft tussen 1945 en 1995 dienst gedaan als psychiatrisch ziekenhuis, nadat het aan het eind van de oorlog eerst zorgvuldig was leeggeroofd. Na jaren van leegstand is het weer teruggebracht in een zeer fraaie staat en het vertelt de kleurrijke geschiedenis van de belangrijke familie Esterhazy.
We lopen van het paleis naar de startplek om onze nummers en trackers op te halen en dan staat er weer een lunch op ons te wachten. Het was afzien… en als ware sporters voor een grote prestatie gaan we koolhydraten stapelen.
En dan is het tijd om ons voor te bereiden op de loop. Daar zijn we immers voor gekomen. Het gesprek aan tafel gaat ook vooral over hoe we dit moeten gaan aanpakken met de hitte en dat dit eigenlijk gekkenwerk gaat worden. Daar zijn we het wel over eens zo onderling met de Italianen. Maar goed, het gaat wel door. Dorina heeft nog wel een plek in de directe omgeving van de start geregeld waar we onze spullen veilig kunnen achterlaten en na afloop kunnen douchen. Later blijkt dat het gebouw bij de start geen warm water heeft vanwege de energiecrisis op dat moment en er dus uitgeweken moest worden naar een alternatief. In het nieuws lezen we dat de grote kerncentrale, die Hongarije voor zo’n 50% van energie voorziet, mogelijk stil wordt gezet vanwege de lage waterstand van de Donau. Het is niet alleen erg warm, het is ook enorm droog.
De spanning stijgt. We rusten nog wat in onze kamers en om drie uur rijden we richting de loop. De warmte valt weer als een klamme deken over ons heen maar we zijn allemaal wel zo ver dat we het gaan proberen. Ongeveer 370 lopers, van jong tot oud hebben zich in en rondom het startvak verzameld voor de 13,5 en 21,1 km. Iedereen prepareert zich op zijn/haar manier. Natte petjes, natte shirts, flesjes water mee, bikinibroekjes bij de dames, mannen met ontbloot bovenlijf en tot op het laatst zo veel mogelijk drinken.
De man die alles over de speakers aan elkaar praat maakt er flink werk van. Het Hongaars gaat over onze hoofden heen, maar op een zeker moment wordt er afgeteld. We geven elkaar een laatste box, succes, hou het heel, aankomen is het belangrijkst, en we gaan.
De snelheden die gemaakt worden lopen direct enorm uiteen en al snel ontstaat er een lang lint van lopers. Na een paar kilometer loop ik al wandelaars achterop. Zelf moet ook ik na ongeveer vier kilometer even pas op de plaats maken en dat zal in mijn geval nog een flink aantal keren gebeuren. Ik probeer mijn hartslag een beetje in de gaten te houden en als het boven de 150 komt, gaat het een tandje minder. Marco en Rick doen de 21 kilometer en stomen flink door.
Bij de finish word ik opgewacht door een clubje Italianen waar we inmiddels goed mee overweg kunnen. Rick komt binnen en heeft er in de laatste kilometers nog een aardige snelheid uit kunnen persen. Na afloop vertelt hij dat hij zich goed en sterk voelde en zo steeds sneller kon gaan, ondanks de hitte die wat later wel ietsje afnam. Marco komt ook binnen en heeft een steady loop gehad. De mannen zijn heel tevreden en goed leeg.
Iedereen is euforisch, de laatste en oudste Italiaan, Stefano komt ook binnen. Een ware held. Opgetogen dat we dit allemaal op onze eigen manier volbracht hebben geeft een enorm voldaan gevoel. We hebben een medaille gekregen, en halen nu ons felbegeerde loopshirt op.
Een groepsfoto met de burgemeester mag niet ontbreken dus ook die moet gemaakt worden onder de Tata-opblaasboog.
Nadat we ons wat opgefrist hebben lopen we weer naar de startlocatie waar de prijsuitreiking plaatsvindt. Dezelfde speaker heeft een flinke bos papier en op de tafel naast het podium liggen drie stapels met medailles. Later blijkt dat het ging om 15 categorieën per loop – de 13,5 en 21,1 km – en ook gesplitst voor de vrouw en de man. Het gaat op leeftijd, maar ook op sportclub, op familie. Zo kan het dus zo maar gebeuren dat zowel Marco als ik in de prijzen vallen op basis van onze leeftijd. Aangezien er weinig lopers zijn in onze categorie is een medaille krijgen bijna onafwendbaar. Het was het wachten waard. En de burgemeester, hij blijft stralen, handen geven, feliciteren. Het resultaat van de Tata minimarathon 2026: er zijn 180 medailles (goud-zilver-brons) uitgereikt en op de 74 lopers van de 21,1 zijn er 4 uitvallers geteld. Het was een succes.
Met de Italianen worden foto’s uitgewisseld en in een buitenrestaurant schuiven we aan om ons weer onder te dompelen in de Hongaarse gastvrijheid. Goulash, bier en wijn. De euforie van het volbrengen van de loop zindert nog lang door. Tegen half tien worden we uitgenodigd om nog langs een wijn- en visfestival te gaan (het stapeltje consumptiebonnen ligt al klaar) maar daar zien we beleefd van af. De lijven zijn moe en toe aan een goede douche en een bed.
Zondag 2 augustus
Robert die ons weer naar het vliegveld brengt staat om kwart voor acht klaar. De grote wegwerkzaamheden tussen Tata en Boedapest moeten geen roet in het eten gaan gooien, dus moeten we echt op tijd weg.
Dorina zwaait ons uit en we moeten bijkans beloven dat we er volgend jaar weer bij zullen zijn.
Terugkijkend op het weekend mogen we stellen dat het enorm leuk was en prima georganiseerd. Het vooruitzicht van een volgepakt programma kwam over als dat we worden zouden geleefd, maar die ervaring hadden we niet. We hebben genoten van Tata en haar mensen. We zijn omringd geweest met uitsluitend vriendelijkheid en gastvrijheid. En om toch nog op zijn Hollands wat te klagen: het weer zat niet helemaal mee. Wij zijn kennelijk toch meer van een frisse zuidwesten wind en een regenbui. Terug in Nederland voelt de 26 graden bijna fris.
Namens Hylas,
Rick Sterenborg, Marco Klaver, Jan Brinkman
